Skip to content

58 – openbaar domein

Drie ervaren straatnaamkampioenen
kijken voor één keer niet vanuit de hoogte
op het stratenplan neer.
Dat doen ze beroepshalve wel,
als ze de wit-blauwe borden ophangen.

Ze kijken opgelucht naar boven. Weten immers dat er in Oostende
geen ‘Burgemeester Charles Rotsaert de Hetainglaan’ is – netto 41 letters.
Of een ‘Zeventiende Escadrille Lichtvliegwezenlaan’.
En ja, dat scheelt een bordje.

En gelukkig is er ook geen Pik- of Pispot-,
Bekaf- of Bruine Broekstraat.
Want die bestaan dus écht, godbetert!

Ook geen Nicaraguaanse toestanden zoals:
‘Ik woon in Managua, 8 kilometer over de weg
naar Masaya, bij het Colegio Teresiano 2 blokken naar
het oosten en dan 1 blok naar boven tegenover de Esso-pomp.’

Is het dan makkelijker om de straten gewoon te nummeren
op z’n New Yorks: ‘Op de hoek van 3rd Avenue en East 85th street’?

Nee. Wij kiezen voor straatnamen met een ode aan de lijndraaier
of touwslager. Namen met respect voor een graaf of aartshertogin.
Of met enig groen heimwee naar wulpen en roerdompen.
We hebben zelfs een straat zonder einde. En hopelijk
heel veel ‘zonder haat straat’- straten.